Ongewenste intimiteiten op het Nonnenwater.
(eerder gepubliceerd in "De Schatkamer", regionaal historisch tijdschrift jaargang 21, afl. 2 - september 2007)

“Marietje, Marietje, waar zit je nu”. Crijna van Eijk had al een paar keer haar dochter Marietje geroepen. Waar zat ze nu? Daarom ook nog maar eens buiten geroepen. “Marietje, thuiskomen, je moet even een boodschap doen”. En ja hoor, daar kwam Marietje al aangelopen. “Marietje, ga eens gauw naar Blanket op de Gouwe en haal daar een kan bier op”. “Ja, moeder, ik ga al”, en weg was het meisje. Al vijftien jaar, maar eigenlijk nog een kind. Altijd vrolijk en ook nu zwaaide ze naar haar moeder, die al lang weer vergeten was dat ze haar zo had moeten zoeken. Marietje liep vanuit de Komijnsteeg door de Keizerstraat naar de Gouwe tot vlakbij het Nonnenwater naar de winkel van Blanket. “Graag een kan bier” zei Marietje in de winkel en reikte Frans Blanket de lege kan aan. ”Zo, meisje, jij bent toch een dochter van Willem van der Noot? (1)  Moet je vader geen tabak hebben, of anders je broer Daniel?” “Ja, dat weet ik niet, hoor” zegt Marietje en ze wil weer snel de winkel uit, want ze vindt Frans Blanket eigenlijk maar een griezelige man, met zijn rare duitse accent. “Ja, ga het thuis eerst maar even vragen en kom dan maar achterom bij mijn poort aan het Nonnenwater”, zegt de winkelier.

En weg is Marietje. De terugweg gaat wat langzamer dan de heenweg. Want het is nog een hele kunst om een volle kan bier, zonder te morsen over de Gouwe en door de Keizerstraat naar huis te brengen. Maar het lukt haar ook deze keer weer. “Daar ben ik weer” roept Marietje. “Moeder, waar is vader? Blanket wil weten of hij nog tabak nodig heeft”. Willem van der Noot heeft zijn dochter al thuis horen komen. “Ja, dat is goed” zegt hij tegen haar. “Haal maar een zakje tabak voor me op.” En daar gaat Marietje weer. Haar moeder ziet haar voor de tweede keer alweer vrolijk zwaaiend de Komijnsteeg uitlopen. Moeder Crijna moet in zichzelf lachen om zoveel jeugdige onschuld. “Hoe lang nog”, denkt ze wat weemoedig bij zichzelf.
Als Marietje een tijdje later thuiskomt met de tabak voor vader merkt niemand, dat het meisje anders is dan daarvoor. Haar vader en moeder hebben het te druk om op hun dochter te letten. Stil kruipt ze in een hoekje van de kleine woning.

Maar ‘s avonds valt het Crijna op, dat haar dochter stiller is dan anders. Haar aanstekelijke vrolijkheid van eerder op de dag is helemaal verdwenen. “Is er iets Marietje, scheelt er wat aan”, vraagt Crijna. Marietje geeft geen antwoord, maar krijgt een kleur als vuur. Moeder Crijna dringt aan. “Is er soms iets gebeurd, hebben ze je geplaagd”. “Nee, moeder, roept Marietje boos en ze rent weg. Maar dan valt er ineens iets uit haar rok en rinkelt over de grond. Marietje bukt zich snel en wil de ‘zesenhalf’ gauw oprapen. Maar moeder is haar voor. Zij raapt het geldstuk op en vraagt verbaasd “Hoe kom jij aan dat geld?”


Marietje begint te huilen en met horten en stoten vertelt ze wat er die middag gebeurd is. Toen ze met het geld voor de tabak bij de poort van Blanket aan het Nonnenwater was gekomen, stond de winkelier haar al op te wachten. “Kom maar hier heen”, wenkte hij het meisje. En toen ze eenmaal in de poort was had hij de deur op slot gedaan. Wat er toen gebeurde durfde ze eigenlijk niet aan haar moeder te vertellen. Maar Crijna bleef geduldig volhouden. En toen kwam het hele verhaal eruit. Blanket had haar bij haar borsten gepakt en geprobeerd haar te zoenen. Hij had de klep van zijn broek losgemaakt en haar onder haar rokken gegrepen. Ze had zich verweerd en zich los weten te rukken. Maar Blanket wist haar toch weer in zijn winkel terug te krijgen en heeft zich daar wederom ontbloot. Uiteindelijk heeft hij haar niets gedaan, maar ze was heel erg geschrokken en zeer ontdaan. Hij gaf haar toen de tabak en het geldstuk en heeft haar gesmeekt om het niet aan haar ouders te vertellen. Pas toen ze dat beloofde mocht ze weg van hem.
Nonnenwater Gouda

Het Nonnenwater (in de richting van de Gouwe) ca 1900
bron: “Goudsche Straatnamen” door Dr. A. Scheygrond

Crijna van Eijk is furieus. Onmiddellijk gaat ze naar het huis van Frans Blanket en scheldt daar de man de huid vol. “Kinderverkrachter’, bijt ze hem toe. “Hier zal ik werk van gaan maken, daar zal ik de baljuw van op de hoogte stellen, jij oude viezerik”. Blanket biedt haar geld aan als ze maar wil zwijgen. Maar dat weigert ze resoluut. Hij gaat zelfs zo ver om haar achterna naar haar huis te lopen en haar daar nogmaals te smeken om geen ruchtbaarheid aan deze zaak te geven. Ze werkt hem snel het huis uit, voordat haar man Willen van der Noot, die het verhaal net van zijn dochter heeft gehoord, naar beneden komt gesneld. Ze vreest dat haar man in zijn drift Blanket wel zou kunnen vermoorden.

Frans Blanket druipt af. De enige aan wie hij om raad durft te vragen is zijn schoonzuster Jannigje Verhulst (2) , die buiten de Potterspoort woont. “Hoe kan je nu zo stom zijn” zegt Jannigje, “er zijn toch wel andere vrouwen, die je kan krijgen dan zo’n onnozel meisje”. “Dat kan wel wezen, maar ik zit nu wel goed in de moeilijkheden. Ik verdwijn voor een tijdje naar het moffenland. Zo erg is het ook niet wat ik gedaan heb, want een kind kan er niet van komen. Als jij nu die ouders bepraat en stil houdt, dan zal ik ze flink wat geld betalen als ik weer terugkom”.

Crijna van Eijk is in de tussentijd weer naar het huis van Blanket op de Gouwe gegaan. Daar is Frans inmiddels ook weer aanbeland. Zij prest hem om in aanwezigheid van zijn vrouw Pietertje van der Starre (3) , te bekennen dat hij haar dochter heeft bevoeld en betast. Pietertje lijkt er geen eens zo hard van te schrikken, ze kent Frans kennelijk door en door. “Foei, jij schelm”, zegt ze, “had je de kans gehad, dan had je had je nog wel meer uitgespookt bij dat kind”. En tegen Crijna: “Vraag maar zoveel als je hiervoor hebben wil, hij kan het wel betalen”. Crijna wijst dit aanbod verontwaardigd van de hand, maar Pietertje blijft aandringen op een financiële eis, om de zaak daarmee de wereld uit te helpen”. Crijna houdt echter voet bij stuk.
Uiteindelijk is haar getuigenis en die van haar dochter Marietje op 12 mei 1752 (ruim drie maanden na het gebeuren op maandag 24 januari 1752) opgenomen door de baljuw van Gouda in aanwezigheid van twee schepenen.

Een veroordeling van Frans Blanket (4) heb ik niet gevonden. Als hij - zoals hij van plan was - de benen heeft genomen naar Duitsland dan zal hij toch betrekkelijk snel weer naar Gouda zijn teruggekeerd. In de hierna volgende jaren is Frans Blanket meermalen koper en verkoper van onroerend goed in Gouda.

----------
Bron: De verklaringen van Crijna van Eijk en haar dochter Marijtje van de Noot opgetekend d.d. 12 mei 1752 in het Informatieboek Baljuw (SHM inv. nr. 159, blz. 206 t/m 210). (5)


Jan Lafeber,
mei 2007


Voetnoten:
(1) Willem Japiksz van der Noot en Crijna Daniels van Eijk waren op 10 oktober 1728 te Gouda getrouwd. Zij kregen vier kinderen, waarvan er twee jong zijn overleden. Zoon Daniel werd op 28 juni 1734 en dochter Maria (Marijtje) werd op 20 september 1736 gedoopt in de RK Statie van de Jezuïeten in de Keizerstraat te Gouda.
(2) Jannigje Verhulst is de zuster van zijn overleden eerste vrouw Marrigje Verhulst.
(3) Ten tijde van dit gebeuren was Pietertje van der Starre ca 3 maanden in verwachting van haar zevende kind.
(4)  Frans was afkomstig uit Soetwolde in Hannover en was op 4 maart 1735 poorter van Gouda geworden. Hij trouwde op 24 oktober 1734 met Marrighje Verhulst, weduwe van Engel Willemsz Peuselaar en hertrouwde op 1 juli 1738 met Pietertie Willems van der Starre uit Rotterdam. Zij lieten in de daarop volgende jaren zeven kinderen dopen in de Lutherse Kerk van Gouda. Het overlijden van Frans Blanket werd aangegeven op 11 juni 1785 (hij woonde toen op de Groeneweg); het overlijden van zijn weduwe werd aangegeven op 15 april 1788.
(5) De verklaringen werd afgelegd ten overstaan van de baljuw mr Frederik van der Hoeve en in aanwezigheid van de schepenen mr Engelbert van Heuven en mr Bartholomeus de Moor van Immerzeel.



Terug naar homepage